BESTEMMINGEN

Abu Dhabi (2)
Argentinië (5)
Australië (5)
Bahama's (1)
Bali (2)
Bolivia (1)
Botswana (1)
Brazilië (2)
Cambodja (1)
Canada (5)
Chili (5)
Colombia (2)
Costa Rica (2)
Cuba (1)
Dubai (2)
Ecuador (3)
Florida (2)
Hawaii (2)
Indonesië (3)
Japan (1)
Kenia (1)
Malediven (1)
Maleisië (2)
Namibië (3)
Nieuw-Zeeland (4)
Oman (3)
Peru (2)
Sri Lanka (2)
Suriname (1)
Taiwan (1)
Tanzania & Zanzibar (1)
Thailand (2)
USA (15)
Vietnam (4)
Zimbabwe (1)
Zuid-Afrika (6)
Een review uit Colombia

Colombia

Ruud van der Heijden [werkzaam bij Travel Trend] over een reis in Colombia op 3 mei 2022

Na de vlucht met KLM landen we op de luchthaven van Bogotá. Direct maar even geld pinnen, ik ben gelijk miljonair met 1,5 miljoen pesos op zak. De volgende ochtend beginnen we al om 07.30 uur aan een stadswandeling. Het vroege tijdstip is niet zo erg, want door de jetlag ben je toch nog vroeg wakker. We lopen eerst naar de kabeltrein die ons de Cerro de Monserrate op brengt. Dat is een heuvel met een kerkje erop van waar je een mooi uitzicht over de stad hebt. Het is zondag, en ondanks het vroege tijdstip zijn er al veel mensen op de been, die een kerkdienst bezoeken, de heuvel op wandelen met het hele gezin, of fitness oefeningen doen. Het is een bont gezelschap. Na een tijdje pakken we de kabeltrein weer terug en wandelen we door de wijk La Candelaria, één van de oudste wijken van de stad met veel street art. Door de wijk heen komen we op Plaza de Bolivar met de kathedraal, regeringsgebouw en stadhuis. Er zijn verkiezingen, en dat betekent algehele drooglegging dit weekend (geen biertje dus) en ook dat de musea gesloten zijn. Het beroemde goudmuseum moeten we dus helaas missen.

Tatacoa woestijn

Volgende stop is de Tatacoa woestijn. Eigenlijk is dit een soort mini woestijn die in de ‘regenschaduw’ van de Andes ligt. We maken een wandeling van een uurtje door de ‘grijze’ woestijn, en eindigen bij een natuurlijk zwembad. Het ‘rode’ deel van de woestijn is zo mogelijk nog mooier. Maar doordat het kort tevoren flink geregend heeft (hoezo, ‘regenschaduw’?) is het gebied gesloten voor wandelaars. Niet alleen omdat het te gevaarlijk is om met dikke plakken modder onder je schoenen over de gladde paden te lopen, maar je zou het gebied er ook onherstelbaar mee beschadigen. Wat rest is dus foto’s maken vanaf een paar uitzichtpunten. Ook nog zeker erg mooi!  

Tierradentro

Tot een aantal jaar geleden was dit nog FARC gebied, maar na de vredesonderhandelingen is er flink geïnvesteerd in de infrastructuur, en is het een bezoekje wel waard. Onze wandeling start bij het museumpje en voert ons daarna langs diverse grafkelders uit lang vervlogen tijden, zo rond 500-900 na Christus. De kelders liggen op diverse plateaus op de heuvel, en zijn tussen de 3 en 10 meter diep. Om erin te komen moet je hele steile trappen af met treden van soms wel een meter hoog. En dat alles nog zonder leuning of touwtje om je aan vast te houden, zo toeristisch is het hier nog niet. Onderin de kelders zie je allemaal nissen waar vroeger de lichamen werden begraven. Sommige ervan hebben nog de originele beschildering, en ook zijn er nog originele bewerkte pilaren zichtbaar. Ik ga er een stuk of vijf in, maar een paar waar ik het niet veilig genoeg vind om erin te gaan, of waar niet veel moois te zien is, laat ik aan me voorbij gaan.

San Agustin

San Agustin is een klein plaatsje met wit-groene huisjes, wat vooral bekend staat om de archeologische vondsten van beelden, uitgehouwen uit vulkanisch gesteente. Deze dateren van ongeveer 1000 jaar voor Christus. Ze zijn verzameld op verschillende plekken rondom San Agustin, waarvan de meeste in het Parque Arqueologico.

Koffieregio

In de koffieregio overnacht je bij voorkeur op een finca, waar het leven nog rustig en relaxed is. We bezoeken de botanische tuinen in de omgeving. Of zeg maar liever: botanisch bos, want er is weinig ‘aangelegds’ aan. Er zitten hier veel vogels, en er is een vlindertuin met hele mooie vlinders. Maar natuurlijk maken we ook een tour waarbij we uitleg krijgen over de koffie die zo belangrijk is voor dit gebied. We hebben best een grappige gids, die -in goed Engels- een duidelijk verhaal houdt over de geschiedenis van koffie, en hoe het hier verbouwd, geplukt en gewassen wordt. Het branden van de koffie gebeurt elders, dus daarvan krijgen we niets te zien. We mogen zelf ook even plukken; minimaal 25 bonen per persoon, want dat is de hoeveelheid die nodig is voor één kopje. Als je dan hoort dat een plukker minimaal 150 kg per dag moet plukken om nog íets van een hongerloontje bij elkaar te scharrelen, dan realiseer je je wel dat dit geen makkelijk werk is. Overigens worden de beste bonen geëxporteerd naar het buitenland, en de minste kwaliteit wordt gebruikt voor oploskoffie. Onze gids weet dan ook wel waar de naam van het bekendste merk oploskoffie vandaan komt: “No es café”.

Medellin

Denk je aan Medellin, dan denk je aan Pablo Escobar. De begraafplaats waar hij begraven ligt, ligt op onze route, dus die pakken we gelijk maar even mee. Overigens maar een heel simpel graf op een onooglijke begraafplaats; komt een beetje karig over voor de man die ooit de rijkste crimineel ter wereld was. Ons hotel ligt in het zuidelijk deel van de stad, in de wijk El Poblado, de uitgaanswijk van de stad. In de straat van ons hotel is het dan ook niets anders dan restaurantjes en barretjes, een levendige boel!

In een ander deel van de stad bezoeken we Comuna 13. Dat is één van de sloppenwijken van de stad, die in vroeger jaren erg onveilig was. Inmiddels is dat verbeterd, en kan je er veiliger rondwandelen. Er zijn roltrappen aangelegd om de hoger gelegen gedeeltes van de wijk makkelijker toegankelijk te maken. Er is veel graffiti kunst te zien, wat de wijk erg kleurrijk maakt. Met 2 metro’s, een kabelbaan die ons hoog de berg op brengt, en een stampvolle lokale bus die ons nóg verder omhoog brengt, bereiken we een andere wijk. Hoe hoger op de berg, hoe armer de bevolking, dus dit is niet één van de beste buurten. Dat is ook de reden dat hier door een Nederlander een straatkinderen project is opgezet. Deze kinderen krijgen gratis sport, dansles of Engelse les, mits ze trouw naar school gaan en hun rapport laten zien. We lunchen hier, en dalen dan weer af naar het centrum van de stad. Daar bezoeken we Plaza Botero, een plein waar veel beelden van deze kunstenaar staan. Als we ze bijna op de foto hebben barst er een enorme regenbui los, en vlucht iedereen naar een overdekt plekje. Als het weer iets minder hard is gaan regen vervolgen we onze weg naar Parque San Antonio, waar nog een paar van zijn beelden staan, o.a. één waarin een bom geplaatst was tijdens een terroristische aanslag, met daarnaast een kopie van datzelfde beeld.

Vanuit Medellin bezoeken we ook Guatapé, een klein dorpje op zo’n anderhalf uur rijden van de stad. De weg voert ons door een kilometerslange tunnel door de bergen, en aan de andere kant van de tunnel begint het te regenen. Maar als we in La Peñol, onze eerste stop, aankomen is het gelukkig net weer droog. Hier staat La Piedra, een enorme rots die boven de omgeving uitsteekt, en waar je via trappen op kunt. Ongeveer 700 traptreden hoger heb je een prachtig uitzicht over de omgeving. In de jaren ’70 is hier een stuwdam aangelegd, waardoor er een kunstmatig meer is ontstaan, wat bestaat uit heel veel kleine baaitjes. Veel inwoners van Medellin en Bogotá hebben hier dan ook een buitenhuisje. In het weekend kan het daarom flink druk worden, en dat merken we als we de smalle trappen afdalen. Naar boven staan de mensen nu in de file. Het is verder wel één grote commerciële bedoening, maar toch leuk. Na de rots gaan we verder naar Guatapé. Dit is ook een dorpje met een hoog Volendam-gehalte qua bezoekersaantallen. Maar terecht, want het is een mooi plaatsje. Aan de onderkant van de huizen zit hier bijna overal een beschilderd reliëf, wat ieder huis uniek maakt, en het dorpje als geheel zeer kleurrijk. Gelukkig is het zonnetje er ook weer bij doorgebroken. We lunchen op het centrale plein, en rijden dan naar de rand van het meer. Daar maken we een kort boottochtje, wat o.a. over het verzonken oude dorpje La Peñol gaat. Een monument geeft de plek aan waar dit dorpje ooit lag.

Tayrona National Park

Aan de Caribische kust bezoeken we Tayrona National Park. We sluiten aan in de rij om kaartjes te kopen. We waren al gewaarschuwd dat dit een omslachtig proces zou worden. Eerst langs een dame die een verplichte verzekering verkoopt, daar krijg je een polsbandje voor. Dan naar een loket voor het toegangskaartje. Daar moet je een paspoortkopie laten zien, probeert iemand je naam over te typen, en krijg je… geen toegangskaartje, maar een bonnetje. Met dat bonnetje loop je naar een ander loket en daar mag je betalen. En als je betaald hebt, dan krijg je… geen toegangskaartje,  maar een nieuw bonnetje. Daarmee schuif je één loket op en krijg je nog een polsbandje, en een hele lange bon. Als je dan het park binnenwandelt kom je nog één meneer tegen. Die kan niet gewoon even je polsbandjes checken, nee, die wil de ‘factura’ zien, oftewel die laatste lange bon die ik net zorgvuldig in mijn portemonnee gefrommeld had. Afijn, een half uurtje verder, maar dan kunnen we aan de wandel.

Het pad loopt door de jungle, tot bij een eerste strandje. Daar drinken we een vers geperst ananassapje, en lopen we door naar het tweede strandje, La Piscina. Dit is één van de weinige strandjes waar je hier veilig de zee in kan, doordat het wordt afgeschermd door een rif. Bij de andere stranden aan deze kust staat soms een gevaarlijke stroming, dus daar mag je meestal niet zwemmen. Na een lekkere frisse duik in zee en even opdrogen, wandelen we door naar het Cabo strand. Wat wij omgedoopt hebben tot Febo strand, want hier kunnen we lunchen. Het is hier wel heel druk, want hier komen niet alleen wandelaars, maar ook dagjesmensen die met een bootje vanuit Santa Marta komen. Na een snelle lunch wandelen we dezelfde weg langs de andere strandjes weer terug. Wie dat niet ziet zitten kan ook per paard terug.

Cartagena

Ons hotel ligt middenin het oude centrum, waardoor het heel makkelijk is om de deur uit te stappen en door de stad te gaan slenteren. Door het oude deel van de stad bereiken we de stadsmuren, om vervolgens naar Castillo de San Felipe te lopen, één van de grootste forten die hier te vinden zijn. Daarna lopen we de wijk Getsemani in. Dat ligt buiten de stadsmuren, maar is ook een zéér kleurrijk wijkje met veel terrasjes en restaurantjes. Geen betere plek om nog eens te mijmeren over wat we in deze reis allemaal gezien hebben: heel veel groen in de bergen, kleurrijke steden en dorpjes, en een zeer vriendelijke bevolking.

Colombia heeft misschien bij veel mensen nog een niet zo’n goede associatie met drugs en ellende, maar ik heb me geen moment onveilig gevoeld in dit mooie land!

 

Save as Text  Save as Text  Save as Text  Save as Text  Save as Text  Save as Text