Review

Singapore & Maleisië

Michiel Kranendonk over een rondreis  op 22 september 2017
photoclip image

Een praktische combinatie is Singapore met Maleisië. Product Manager Michiel Kranendonk vloog naar Singapore en bezocht de highlights van Maleisië. Dit is zijn reisverslag.

Singapore

Singapore is een moderne en geordende stad. Waar andere reizigers Singapore wellicht een oase van organisatie en opgeruimdheid vinden, ben ik zelf altijd gecharmeerd van het chaotische karakter van veel steden in Azië. In Chinatown en Little India vond ik er de typisch Aziatische sfeer die ik in eerste instantie miste. Twee leuke wijken om te verblijven met drukte, heerlijk eten en het ‘rommelige’. Tussen Little India in het noorden en Chinatown in het zuiden liggen bezienswaardigheden als Fort Canning Park, het Raffles winkelcentrum, de Esplanade en Clark Quay. Clark Quay is vooral ’s avonds leuk vanwege de uitgebreide keuze aan bars en restaurants. Verwacht hier alleen geen Aziatische prijzen. In Singapore stad liggen veel bezienswaardigheden op loopafstand van elkaar en anders kun je goed gebruik maken van de metro voor bijvoorbeeld een bezoek aan Gardens by the Bay. Als je meer dagen de tijd hebt, bezoek dan ook de botanische tuinen en de Singapore Zoo, waar je een avondsafari kunt maken.

Van Singapore naar Malakka

Met de bus reis ik van Singapore naar Malakka, een reis van vier uur. Met feestdagen zoals het Chinees Nieuwjaar kan de reis wel langer duren, voornamelijk door de drukte bij de grens. De grens over is tamelijk eenvoudig, let er wel op dat ze aan de Maleisische kant de juiste datum in je paspoort stempelen. Onderweg zie je veel groen, voornamelijk palmolieplantages en er wordt een stop bij een wegrestaurant gemaakt. Hier hebben ze geen pin of een wisselkantoor, dus als je wilt genieten van een hapje of drankje, dan dien je van tevoren al Maleisische Ringgit bij je te hebben.

Malakka is een stad met veel historie en een leuke stop als je van Singapore naar Maleisië reist. Ook in Malakka liggen veel bezienswaardigheden op loopafstand zoals het Stadhuys, het A Famosa en St. Pauls Church. Jonker Street kun je beter overslaan, het is niks anders dan vele (toeristische) winkeltjes tegenwoordig. In de straat ernaast, Heeren Street, vind je leuke en kleine boutique hotels om te verblijven.

Kuala Lumpur

Kuala Lumpur is een moderne met veel hoogbouw en daartussen oude koloniale laagbouw. Ik zie er veel nieuwbouwprojecten, voornamelijk luxe hotels, maar ook woningen. Het verkeer is ook druk, maar voornamelijk met auto’s. Ik heb weinig scooters en brommertjes gezien die overal doorheen schieten. In Kuala Lumpur zijn er twee wijken waar je het beste kunt verblijven. De eerste is Chinatown rondom Petaling Street, waar je ook de avondmarkt vindt met veel kleding en eetstalletjes. De tweede is Bukit Bintang waar je vooral veel bars en restaurants treft. Wat je niet mag overslaan als je in Kuala Lumpur bent zijn natuurlijk de Petronas torens, het symbool, maar ook Merdeka Square in het koloniale district, de Thean Hou tempel, Little India, Chinatown, de Lake Gardens en de Batu grotten, iets buiten Kuala Lumpur gelegen.

Taman Negara Nationaal Park

Vanaf Kuala Lumpur reis ik per bus naar Kuala Tembeling, waar ik overstap op een boot voor de tocht naar Taman Negara. Je kunt ook direct met de bus naar Taman Negara of met een huurauto natuurlijk, maar de afwisseling om een deel per boot te doen bevalt mij wel. Je kan lekker om je heen kijken en met wat geluk spot je apen, maar veel was er niet te zien. En indien het regent, dan is het toch een stuk minder comfortabel. Het is ook raadzaam om dit alleen op de heenreis te doen en bij de terugreis weer in de bus of de huurauto te stappen. Taman Negara, of eigenlijk heet het plaatsje Kuala Tahan, is de toegang tot het Taman Negara Nationaal Park. Dit is een onaangetast tropisch regenwoud van meer dan 125 miljoen jaar oud. De enige accommodatie in het park is Mutiara Taman Negara. Laat je niet weerhouden door de prijzen, je krijgt er veel voor terug en je zit er zeer comfortabel, want je kunt op elk moment de jungle in. Anders dien je elke keer de rivier per taxibootje over te steken. Dat op zich heel leuk is hoor, je loopt naar de kade, stapt in of zwaait om een bootje te roepen, je doneert de MYR 1 in een potje en binnen een halve minuut sta je aan de overkant.

Cameron Highlands

Na de jungle reis ik verder naar de theevelden van de Cameron Highlands. Vol verwachting natuurlijk van alle mooie foto’s, maar in het regenseizoen of als de mist er hangt, kan dat tegenvallen. Het regende, het was er echt frisser dan ik zou verwachten en op de theevelden na zag ik veel kassen voor bloemen, groente en fruit en industrie. Voor families is het natuurlijk hartstikke leuk om bijvoorbeeld de aardbeien- en andere plantages te bezoeken. De theeplantages zijn commercieel, maar ook interessant om te zien hoe ze nu de blaadjes voor de thee selecteren en tot thee verwerken. De omgeving leent zich uitstekend voor mooie wandelingen of dagtochtjes in een jeep.

Penang

Na de hooglanden daaI ik af naar de kust en begeef me naar het eiland Penang. Het grootste eiland van Maleisië is verbonden met het vasteland door twee bruggen. Hierdoor kreeg ik niet echt het gevoel dat ik naar een eiland ging. Penang is heerlijk om een aantal dagen door te brengen. In de hoofdstad Georgetown zie je prachtige (metalen) muurversieringen, het eten is verschrikkelijk lekker en er zijn leuke boutique hotels. Op je gemak door de stad lopen en de koloniale herinneringen bekijken. Bij Batu Ferringhi kun je relaxen op het strand en ’s avonds een bezoek brengen aan de avondmarkt. Nou is de markt niet uniek, met de gebruikelijke kleding, tasjes en telefoonhoesjes, maar de kleine eettentjes erachter en de strandbarretjes zijn een avondwandeling zeker waard. Ook zijn er veel leuke excursies te doen zoals een dagtocht over het eiland.

Langkawi

Met de speedboot vaar ik naar Langkawi. De overtocht duurt ca. drie uur en het is handig als je van te voren al hebt gegeten of een maaltijd meeneemt. Aan boord is alleen een toilet. Ook eenmaal binnen in de ferryterminal vind je enkel een supermarktje en een paar winkeltjes. Ik heb geluk met het weer en kom binnen de drie uur aan, maar de zee kan ook wel eens behoorlijk ruig worden en je makkelijk een half uur langer onderweg bent. Wil je comfortabeler reizen, boek dan een vlucht van Penang naar Langkawi. Langkawi gaf me het echte eilandgevoel. Je komt aan met de boot, iedereen loopt naar buiten en verdeelt zich over de transfers en taxi’s naar hun accommodatie op het eiland. Vrij snel zit je al op de slingerende rondweg en zie je jungle en zee. Langkawi is niet groot en ter plekke kun je een auto of scooter huren om erop uit te trekken. Aan de stranden vind je voornamelijk de duurdere resorts, in Pantai Cenang zijn vooral budget accommodaties met een lange winkelstraat en een strand. Langkawi is heerlijk om je rondreis door Maleisië mee af te sluiten, het is het hele jaar door mogelijk en het eiland is belastingvrij.