Review

Van Bangkok naar Koh Samui

Michiel Kranendonk over een rondreis  op 20 september 2017
photoclip image

Deze reis naar Thailand brengt me naar de River Kwai en het Khao Sok Nationaal Park. En ik wil de sfeer proeven op enkele van Thailands populairste eilanden.

Kanchanaburi

Vanuit Bangkok reis ik via Kanchnaburi naar de River Kwai. Kanchnaburi is pas ontstaan nadat de bezienswaardigheden als de Bridge over the River Kwai, de musea en de erebegraafplaatsen steeds meer toeristen begonnen te trekken. Bij de erebegraafplaatsen kun je in dikke boeken zien of er eventuele naamgenoten begraven liggen. In de boeken zag ik zo snel niks, maar ik loop naar het Nederlandse gedeelte en zie op het eerste graf mijn eigen achternaam staan. Best raar om er zo tegenaan te lopen.

River Kwai

Na Kanchnaburi bezoek ik de Bridge over the River Kwai, waar dagelijks nog twee keer een trein over heen rijdt. Sta je als toerist op de brug, dan moet je snel even opzij stappen zodat de trein verder kan. Als laatste voor deze dag bezoek ik de Hell Fire Pass, dat bestaat uit een museum en een klein soort openluchtmuseum. Op een mooie en duidelijke manier beleef je hier erg goed de geschiedenis en ik vind het erg indrukwekkend. Dit mag je zeker niet overslaan. In het donker kom ik aan bij het Hintok River Camp, luxe tenten in de jungle en aan de rivier. Dat ik in het laagseizoen reis is duidelijk, ik ben de enige gast. Ondanks dat vond ik mijn eerste keer 'glamping' een leuke ervaring, kamperen met veel comfort in de jungle met uitstekende maaltijden en op een prachtige locatie.

Erawan watervallen

De volgende dag bezoek ik de Erawan watervallen, een van de populairste plaatsen in Thailand voor zowel toeristen als lokalen. En waar de lokale bevolking voornamelijk bij de eerste en tweede waterval gaat picknicken en zwemmen, trekken de reizigers verder tot aan de zevende waterval. Na de tweede waterval mag je geen eten en drinken meer meenemen en wordt het een aardige klim. Bij elke waterval kun je met enige moeite een verfrissende duik nemen en gelijktijdig krijg je een gratis pedicure van de aanwezige visjes.

Jungle raft

Ik stap over op een longtailboat en vaar naar mijn jungle raft voor de komende nacht, gelegen op de Kwai Noi rivier. Deze eenvoudige bamboehutten zonder airco liggen op de rivier en voor wat verkoeling spring je er dan ook zo in. Hou wel rekening met de stroming en dat je er op tijd weer uitklimt, anders drijf je een aardig stuk mee. Verblijf je in de jungle rafts, dan kun je door het naastgelegen Mon dorpje lopen. Vanuit het Resotel of The Float House bezoek je het dorpje per bootje. The Float House zijn luxe jungle rafts op het water en het Resotel staat op het land, maar door de ruime bungalows en de zwembaden is dit een goede keuze voor families. De jungle rafts beschikken niet over elektriciteit en ’s avonds worden er dan ook vele kerosinelampen aangestoken. Zien wat je eet wordt ietsje lastiger, maar de sfeer is wel erg bijzonder. En dat het bier koud is toch ook wel.

Hua Hin en Cha-Am

Ik reis door naar Hua Hin waar ik ontdek dat het samen met Cha-Am een populaire strandbestemming is, maar dat het ook erg langgerekt is en daardoor een beetje een echt centrum mist. Dat is anders in Cha-Am, dat wel een centrum kent en bovendien vele goede visrestaurants heeft, die op palen op zee zijn gebouwd en waar een gezellige drukte heerst van Thai en reizigers die van dagverse visgerechten genieten. Ik neem een duik in een heerlijk zwembad, wandel over het strand naar een pop-up barretje en als de regen begint zoek ik een restaurantje op waar ik de enige toerist ben, want vind het heerlijk om tijdens het eten de lokale bevolking gade te slaan.

Nachttrein naar Suratthani

’s Avonds pak ik de nachttrein naar Suratthani, dat zo’n 500 kilometer zuidelijker ligt. Als een van de laatsten stap ik in de nachttrein en alle gordijntjes zijn al dicht. Ik installeer mijn tas en kruip er ook snel in. De benedenbedden zijn 'ruim', maar toch draai ik nog regelmatig rond. Bij aankomst in Suratthani word je meerdere malen gevraagd waar je naar toe gaat zodat de diverse vervoerders alle reizigers bij elkaar kunnen zetten en van stickers kunnen voorzien. Een leuk schouwspel om te zien totdat je zelf heen en weer wordt gestuurd. Uiteindelijk reis ik met een minibusje naar Ban Ta Khun waar ik overstap op een ander minibusje dat me met een groep naar Cheow Lan Lake brengt. Inmiddels begint het weer te regenen en na het betalen van de park fee stappen we in de boot en varen het meer op. Even is het droog, maar na een tijdje zien we donkere wolken en begint de wolkbreuk. De rest van de dag blijft het regenen en miezeren, maar de temperatuur is aangenaam. Het beste is dan ook om gewoon je zwemspullen aan te houden en te genieten van de jungle. We maken een trekking naar een waterval waarbij we regelmatig een bloedzuiger controle doen. In het natte seizoen van mei tot en september kunnen deze trekkings best pittig worden vanwege de hogere rivierstanden en de modderpaden. ’s Avonds tijdens de schemer en ’s ochtends bij het vertrek maken we nog een bootsafari, maar door de regen laten de dieren zich niet zien helaas, op een enkele gibbon en toekan na. Als we tijdens een kayaktocht op het meer ineens gibbons horen zingen gaan we er snel op af. Jammergenoeg zien we ze niet, maar het gezang van de gibbons blijft indrukwekkend.

Koh Phi Phi

Na deze jungle-avonturen reis ik naar Ao Nang in de Krabi provincie. Een zeer veelzijdige provincie met stranden, karstgebergten, nationale parken en tempels. Het strand was door de vloed zo goed als verdwenen, maar in het centrum zijn veel winkeltjes, restaurantjes en barretjes. Van hier trekken veel mensen naar Koh Phi Phi en Koh Lanta, een prima uitgangpunt voor een island hopping tour. Ik vaar in een kleine twee uur naar Koh Phi Phi. Aan boord van de ferry zijn toiletten en is er een barretje met snacks en drinken. Bij aankomst op Koh Phi Phi betaalt iedereen 20 THB National Park fee en daarna loop je naar je verblijf in Tonsai Village, of reis je verder met een kleiner bootje naar een resort in het noorden van het eiland. Ik verblijf die avond aan het Laem Tong strand, hier liggen enkele resorts en een aantal restaurants. Naast strandwandelingen heb je eigenlijk altijd een taxibootje nodig om er op uit te trekken.

Phuket

De volgende dag bezoek ik een aantal resorts en vaar ik weer terug naar Tonsai Pier waar ik overstap op de ferry naar Phuket. Het paradijselijke van Koh Phi Phi verbleekt meteen bij de bedrijvigheid van Phuket. Ook hier heb je heerlijke stranden en door de drukte ook volop keus uit restaurants en bars. Ik bezoek diverse stranden, wandel door de centra en kijk mijn ogen uit in alle levendigheid. De volgende dag vlieg ik van Phuket naar Koh Samui.